Fugitive Emission test ITIS

Kleine, vrijwel onzichtbare lekkages kunnen een grote impact hebben op veiligheid, milieu en compliance. Met een fugitive emission test van ITIS krijgt u precies inzicht in de emissies van afsluiters, flenzen, seals en andere componenten onder druk, bij kamertemperatuur of tijdens thermische cycli. We meten met uiterst gevoelige snuffel- en vacuümmethoden en testen volgens ISO-, API- en TA Luft-richtlijnen, volledig herleidbaar en waar mogelijk onder ISO 17025-accreditatie.

Het kan hierbij gaan als u bijvoorbeeld emissierisico’s wilt verlagen, LDAR-programma’s wilt ontlasten of moet aantonen dat uw producten voldoen aan low-emission eisen: een onafhankelijke FE-test laat zien hoe uw componenten werkelijk presteren in de praktijk.

Wilt u emissies niet alleen repareren, maar structureel voorkomen? Ontdek wat een fugitive emission test bij ITIS voor uw installatie of productlijn kan betekenen.

Fugitive emission test laten uitvoeren?

Heb je vragen of wil jij een fugitive emission test laten uitvoeren? Neem direct contact met ons op, wij helpen je graag!

Wat is een fugitive emission test?

Een fugitive emission test is een nauwkeurige lektest waarbij afsluiters, appendages, flenzen, fittingen en afdichtingen onder druk worden beproefd op emissies van vluchtige stoffen naar de atmosfeer, dus langs stamafdichting, pakkingen en body-joints, niet langs de seat.

Afhankelijk van de norm en het doel testen we bij kamertemperatuur of onder lage/hoge temperatuurcondities. Waar nodig bedienen we afsluiters geautomatiseerd voor een groot aantal cycli, volledig gecontroleerd en gelogd. De meting wordt uitgevoerd met snuffel- of vacuümmethoden met testgassen zoals helium, methaan of waterstof. Zo wordt het emissiegedrag onder representatieve bedrijfscondities objectief vastgesteld.

De reden dat u een fugitive emission test moet doen

Fugitive emissions zijn zelden grote zichtbare lekken, maar veel kleine, continue lekkages. Samen bepalen zij uw VOC- en methaanfootprint, LDAR-scores en vergunningruimte. Een gewone hydrotest toont alleen mechanische sterkte en het uitblijven van grove lekken; fugitive emission testen zijn vele orders van grootte gevoeliger en laten zien wat een druktest nooit laat zien.

Daar komt bij dat emissies in de tijd toenemen door materiaalrelaxatie, slijtage, thermische cycli en montagefouten. Wet- en regelgeving rond VOC’s en methaan wordt wereldwijd aangescherpt; begrippen als “best beschikbare technieken” en LDAR-plicht worden steeds vaker in vergunningen vastgelegd. Met FE-geteste componenten laat u zien dat u niet alleen lekken repareert, maar emissies al bij ontwerp en inkoop structureel voorkomt. Dat is precies het punt waarop veel organisaties besluiten dat zij er echt mee moeten beginnen.

Voor wie is deze fugitive emission test ideaal?

Eindgebruikers / asset owners

Eindgebruikers in (petro-)chemie, olie & gas, tankopslag, energie en procesindustrie die:

  • Emissiebronnen willen beheersen en aantoonbaar binnen VOC- en methaanregels willen blijven
  • LDAR-programma’s willen ontlasten door minder “repeat offenders” en noodreparaties
  • Stilstand en HSE-risico’s rond lekkende afsluiters, flenzen en seals willen beperken
  • Richting vergunningverlener, auditors en ESG-rapportage willen laten zien dat gekozen componenten “low emission” zijn

Fabrikanten en leveranciers

Fabrikanten en leveranciers van afsluiters, appendages en afdichtmaterialen die:

  • Moeten aantonen dat hun producten voldoen aan ISO 15848-1/-2, ISO 12101, API 622/624/641 of TA Luft
  • Zich willen onderscheiden met aantoonbaar low-emission kleppen en seals in internationale projecten
  • Discussies over “hoe low is low?” willen vermijden door te verwijzen naar genormeerde tightness- en enduranceklassen
  • Hun klanten willen helpen emissie- en LDAR-doelen te halen met beter presterende componenten

De uitkomsten van de fugitive emission test

Een fugitive emission test bij ITIS levert meer op dan alleen een lekwaarde:

  • Aantoonbare reductie van emissierisico’s, productverlies en ongeplande reparaties
  • Onafhankelijk bewijs van functioneren en emissieprestaties onder druk en, indien gevraagd, bij lage of hoge temperatuur
  • Inzicht welke typen kleppen, packings en seals structureel beter of slechter presteren (input voor retrofit en standaardisatie)
  • Duidelijke acceptatiecriteria, vertaald naar praktische inzetgrenzen en specificaties voor inkoop, projecten en LDAR-beleid
  • Transparante resultaten, digitaal beschikbaar via het ITIS Cloud Portal (per project, type of serienummer terug te vinden)
  • Reputatie- en compliancevoordeel richting klanten, vergunningverleners en toezichthouders
  • Internationale erkenning en extra juridische/contractuele waarde bij uitvoering onder ISO 17025, waar van toepassing

In de praktijk betekent dit voor eindgebruikers, gericht FE-upgraden waar het het meeste oplevert. Voor fabrikanten betekent het, met testrapporten aantoonbaar kunnen laten zien waar uw producten voor staan.

Testmethode en opstelling tijdens de fugitive emission test

Voordat wij voor u aan de slag gaan is het handig om de testmethode te bespreken, zodat ook u weet hoe wij te werk gaan en u niet voor verrassingen komt te staan. Vooraf kan al gezegd worden dat wij gebruik maken van de volgende methodes en opstellingen:

  • Vooraf vastgelegd testprogramma met afgesproken druk-, temperatuur- en cycluseisen
  • Keuze tussen snuffel- of vacuümmethode (helium, methaan of ander tracer gas) op basis van gevoeligheid, norm en praktijk
  • Representatieve conditionering met stabilisatietijden en thermische cycli waar voorgeschreven
  • Herleidbare meetketen met gekalibreerde instrumenten en volledige datalogging van druk, temperatuur, cycli en lekwaarden
  • Eenduidige vastlegging van testcondities, configuraties, packings/seals en acceptatiecriteria in het rapport

De normen die wij hanteren tijdens de fugitive emission test

Afhankelijk van testdoel (type of productie), temperatuurprofiel en gaskeuze hanteren we onder andere:

  • ISO 12101: typekeuring van stamafdichtingen (stem seals) in representatieve fixtures
  • ISO 15848-1: typekeuring van afsluiters, inclusief thermische en mechanische cycli
  • ISO 15848-2: productie-acceptatietest van afsluiters op externe lekdichtheid
  • API 622: pakkingkwalificatie ten behoeve van emissietesten
  • API 624: emissietest voor rising-stem afsluiters (hoge temperatuur)
  • API 641: emissietest voor quarter-turn afsluiters (hoge temperatuur)
  • TA Luft (VDI 2440): Duitse emissie-eisen, waarin ISO 15848-1 als referentie is opgenomen
  • Shell SPE 77/312: productietest bij kamertemperatuur, eventueel te combineren met FE-testen

Daarnaast kunnen we project- of klantspecifieke protocollen uitvoeren, mits de testfilosofie helder is vastgelegd en herleidbaar blijft naar een normbasis.

Transparante rapporten en erkende certificering

Na elke test ontvangt u een volledig rapport met meetcondities, resultaten en conclusie ten opzichte van de gevraagde klasse of grenswaarden. Het rapport bevat onder meer:

  • Identificatie van het testobject (type, maat, drukklasse, configuratie, serienummer)
  • Toegepaste norm(en), tightness- en duurklassen
  • Beschrijving van packing/seal en relevante materialen
  • Testopstelling, meetmethode en meetbereik
  • Overzicht van druk, temperatuur en aantal cycli
  • Gemeten lekwaarden per stap en de eindconclusie (geslaagd/niet geslaagd)

Wanneer de test binnen de ISO 17025-scope valt, wordt het rapport onder accreditatie uitgebracht en kan aanvullend een certificaat per type of serie worden opgesteld. Rapporten en certificaten zijn via het ITIS Cloud Portal eenvoudig terug te vinden en te delen met collega’s, klanten en auditors.

Voor veel organisaties is fugitive emission testen daarmee geen extra last, maar een logische volgende stap, van “we repareren wat lekt” naar “we selecteren en ontwerpen zodat het níet lekt”. Dat is het moment waarop FE-testen bij ITIS echt waarde gaan toevoegen.

Geaccrediteerd, zekerheid voor u

ITIS is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA) onder accreditatienummer L656. Voor u betekent dit zekerheid. Onze test- en meetresultaten zijn aantoonbaar betrouwbaar en voldoen aan vastgestelde kwaliteitsnormen.

Dankzij de internationale erkenning via de ILAC MRA worden resultaten binnen scope ook internationaal geaccepteerd. Dit voorkomt herkeuringen, versnelt processen en geeft vertrouwen richting klanten, toezichthouders en partners.

U werkt met een onafhankelijke partij die werkt volgens gecontroleerde procedures. Dat levert duidelijkheid, consistentie en een sterke onderbouwing van uw beslissingen op, zowel technisch als commercieel.

Kleine lekkages hebben grote impact

Denk aan impact op: productverlies, veiligheid, vergunningen en klimaatdoelen. Met onafhankelijke, waar mogelijk ISO 17025-geaccrediteerde fugitive emission testen van ITIS krijgt u objectief inzicht in emissierisico’s én concrete handvatten om die te verlagen. Voor eindgebruikers betekent dit minder lekken en LDAR-gedoe, voor fabrikanten is het het bewijs dat hun afsluiters en afdichtingen echt “low emission” zijn.

Veelgestelde vragen over de fugitive emission test
Waarom zou ik mijn afsluiters laten testen op fugitive emissions als ze al een gewone druktest (hydrotest) doorstaan?

Een hydrotest toont vooral aan dat een afsluiter mechanisch sterk is en “grove” lekken niet heeft. Fugitive emission testen gaan vele orders van grootte gevoeliger. Ze kijken naar kleine lekkages langs de spindel, pakkingen en body-joints. Juist die kleine, continue lekken bepalen je VOC/methaan-footprint, LDAR-scores en vergunning risico’s. Met FE-testen bewijs je dus iets wat een gewone druktest nooit laat zien.

Wat levert Fugitive Emission testen mij op in termen van kosten en betrouwbaarheid?

Een goed FE-gedrag verlaagt je totale lifecycle-kosten: minder productverlies, minder “repeat offenders” in LDAR, minder noodreparaties, minder ongeplande downtime en minder claims vanuit HSE. Een klep met aantoonbaar lage emissies kan in aanschaf duurder zijn, maar verdient zich vaak terug doordat hij veel langer binnen de toelaatbare lekgrenzen blijft.

Waarom zijn Fugitive Emission testen zo belangrijk voor internationale projecten en leveranciersselectie?

Met normen als ISO 15848-1, ISO 12101, API 622/624/641 spreek je één taal met leveranciers en eindgebruikers wereldwijd. Je voorkomt discussies als “wat bedoel je met low emission?”, omdat in de norm is vastgelegd: testgas, druk, temperatuur, aantal cycli en maximale lekwaarde. Dat maakt offertes vergelijkbaar, voorkomt misverstanden in contracten en vereenvoudigt acceptatie door verschillende landen en autoriteiten.

Hoe helpt Fugitive Emission testen om aan wet- en regelgeving te voldoen (TA Luft, IED, VLAREM, methaanregels, etc.)?

Veel regelgeving schrijft “best beschikbare technieken” en lage emissies voor, maar noemt niet altijd een specifieke klepnorm. Met FE-geteste afsluiters kun u laten zien dat u bewust voor low-emission technologie hebt gekozen. Dat maakt vergunningstrajecten, audits en milieujaarverslagen een stuk eenvoudiger: u kunt onderbouwen dat uw installatie-inrichting past bij de strengere VOC- en methaandoelen.

Waarom is het zinvol om ingebouwde afsluiters steekproefsgewijs op Fugitive Emission te testen?

In de praktijk blijkt een groot deel van de bestaande kleppen méér te lekken dan bij installatie werd gedacht, bijvoorbeeld door slijtage of relaxatie van packing. Door een steekproef FE-testen ontdek je welke typen, diameters of services de grootste “lekbijdrage” hebben. Dat geeft een harde basis om gericht te investeren in retrofit, re-packing of vervanging, in plaats van overal tegelijk te moeten beginnen.

Wat is het voordeel van Fugitive Emission testen voor de samenwerking tussen seal-leverancier, klepfabrikant en eindgebruiker?

FE-testen maken prestaties meetbaar en bespreekbaar. Seal-leveranciers tonen met ISO 12101/API 622-testen wat hun packing of seal kan; afsluiter fabrikanten tonen met ISO 15848-1/API 624/641 wat de complete afsluiter doet; eindgebruikers kunnen op basis daarvan gerichte eisen. Daardoor verschuift het gesprek van “gevoel en ervaring” naar aantoonbare data over emissiegedrag.

Wat zijn fugitive emissions in een installatie?

Fugitive emissions zijn ongewenste, vaak kleine maar continue lekken van vluchtige stoffen (bijvoorbeeld VOC’s of methaan) via componenten zoals afsluiters, flenzen, pompen, compressoren, veiligheidskleppen en schroefdraadverbindingen. Het gaat dus niet om schoorstenen of gecontroleerde afblaas, maar om diffuse lekken uit de procesinstallatie zelf.

Waarom zijn fugitive emissions zo’n belangrijk thema geworden?

Omdat ze tegelijk drie dingen raken, productverlies, veiligheid en milieu. Veel kleine lekken bij elkaar zorgen voor significante VOS- of methaanemissies, hogere explosie- en gezondheidsrisico’s en een slechtere emissiebalans in vergunningen, ESG-rapportages en klimaatdoelen. Wet- en regelgeving rond VOC’s en methaan wordt wereldwijd aangescherpt, waardoor deze “kleine” bronnen steeds zwaarder meewegen.

Welke componenten zijn meestal de grootste bron van fugitive emissions?

In de meeste installaties zijn dat bewegende afdichtingen en verbindingen, spindelafdichtingen van afsluiters, packings, flensverbindingen, pompen, compressoren, veiligheidskleppen en open einden. Juist hier draait het om de combinatie van druk, temperatuur, beweging en veroudering, waardoor emissies langzaam kunnen toenemen als er niet bewust op wordt gestuurd.

Hoe verhouden fugitive emission type testen zich tot een LDAR-programma?

FE type testen (bijvoorbeeld ISO 15848-1, API 622/624/641, ISO 12101) laten in het lab zien hoe “low emission” een component of seal is onder gestandaardiseerde condities.

Een LDAR-programma gaat over wat er daarna gebeurt in bedrijf, – periodiek meten in de installatie, lekken opsporen, repareren en rapporteren. Type testen helpen je bij het ontwerpen en selecteren van betere componenten, LDAR borgt dat het hele park in de praktijk binnen de emissie-eisen blijft.

Waarom is alleen een goed LDAR-programma niet genoeg zonder FE-geteste componenten?

Met alleen LDAR kun je lekken wel vinden en repareren, maar los je de ontwerp-problemen niet op. Als de basisafsluiters, packings en flenzen niet voor lage emissies zijn ontworpen, blijf je structureel veel “leakers” houden en veel reparatie-werk doen.

FE-geteste componenten verlagen de beginemissie en vertragen de degradatie, – LDAR wordt dan meer bewaking en fine-tuning in plaats van continu brandjes blussen.

Waarom is alleen FE-testen niet genoeg zonder LDAR?

Type testen tonen aan wat een component kán, niet wat kleppen of afdichtingen  na jaren bedrijf of onvoldoende onderhoud nog doet. In de praktijk spelen montagefouten, slijtage, relaxatie van packing, beschadigde flenzen en procesveranderingen een grote rol. Zonder LDAR weet je niet welke kleppen of flenzen in je bestaande park ondertussen buiten de grenswaarden zijn geschoven.

Hoe gebruik je FE-testresultaten in je LDAR-strategie?

Je kunt FE-testresultaten gebruiken om:
• kleptypen en pakkingen met bewezen lage emissies te prioriteren bij nieuwbouw en retrofit,
• kritische lijnen te selecteren waar je juist wél extra LDAR-inspanning plant,
• aannames in emissiefactoren te onderbouwen richting vergunningverlener,
• investeringen (bijvoorbeeld FE-upgrade versus meer meetrondes) onderbouwd af te wegen.

Wat vraagt de Nederlandse wet concreet van mij rond fugitive emissions?

In Nederland moet je onder de Omgevingswet en het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) je emissies naar lucht beperken met Best Beschikbare Technieken. Voor installaties met relevante VOS-lekverliezen betekent dat in de praktijk: werken volgens BBT-conclusies uit de EU-BREFs, een LDAR-achtige aanpak volgen op basis van het Handboek diffuse emissies VOS en het Meetprotocol lekverliezen, en in je omgevingsvergunning vastleggen hoe je dat uitvoert en monitort.

Waarom speelt Duitsland zo’n grote rol in discussies over fugitive emissions?

Duitsland heeft met TA Luft 2021 een zeer expliciete en strenge regeling voor emissies uit installaties, waarin kleppen, flenzen en andere apparaten nadrukkelijk in beeld zijn. TA Luft volgt voor afsluiters ISO 15848-1 als technische referentie.

Daardoor zijn TA-Luft-geschikte of ISO-15848-1-geteste kleppen voor veel Europese en internationale projecten de natuurlijke benchmark geworden, ook buiten Duitsland.

Wat betekenen de Europese BREFs en BAT-conclusies in de praktijk voor FE-beleid?

De BREFs en de bijbehorende BAT-conclusies vullen de IED in met concrete eisen: verplicht LDAR-programma’s voor diffuse VOC, het gebruik van “dichte apparatuur” zoals low-emission valves en flenzen, en rapportage-eisen.

Lidstaten vertalen dat naar nationale regels en vergunningvoorwaarden. Voor eindgebruikers betekent dat, laat in het beleid zien dat de componentkeuze (ISO 15848, API, ISO 12101) en de LDAR-aanpak logisch aansluiten op deze BAT-lijn.

Waarom worden EU, VS en Canada vaak genoemd als koplopers in fugitive emission regels?

In deze regio’s zijn de lucht- en klimaatwetten al ver doorontwikkeld, met sector-specifieke regels voor raffinage, chemie en olie- en gasinstallaties. Ze verplichten LDAR-programma’s, leggen grenswaarden op voor VOC en methaan en benoemen expliciet meetmethoden (zoals EN 15446 en EPA Method 21).

Daardoor ontstaat een duidelijk speelveld waarin low-emission componenten en gestructureerde LDAR-programma’s geen “nice to have” meer zijn, maar een voorwaarde om installaties in bedrijf te mogen hebben.

Waarom zijn methaanregels zo belangrijk voor fugitive emissions, ook als ik vooral VOC’s heb?

De nieuwe EU-methaanverordening en vergelijkbare regels in de VS en Canada richten zich primair op methaan, maar gebruiken dezelfde bouwstenen als VOC-beleid: LDAR, beperking van venting/flaring en eisen aan dichte apparatuur. De infrastructuur en verwachtingen rond monitoring en rapportage schuiven daarmee op naar een niveau dat ook voor VOC-rijke sectoren maatgevend wordt.

Hoe verschilt de Vlaamse VLAREM-aanpak van bijvoorbeeld TA Luft of Bal?

TA Luft en Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) leggen vooral emissiegrenzen en BBT-eisen vast en laten de praktische invulling grotendeels over aan BREFs, vergunningen en richtlijnen.

VLAREM II, bijlage 4.4.6 gaat een stap verder door een expliciet meet- en beheerprogramma voor fugitieve VOS-emissies te beschrijven, inclusief componentcategorieën, emissiefactoren en rapportage-inhoud. FE-type testen blijven ook hier de ontwerp- en selectiekant, VLAREM regelt hoe men als uitbater de werkelijke emissies moet inschatten en opvolgen.

Hoe kan een asset owner in België slim inspelen op VLAREM én internationale FE-normen?

Door drie niveaus te combineren:
• componentniveau, gebruik low-emission kleppen, flenzen en seals die volgens ISO 15848-1, API 624/641 of ISO 12101 zijn getest,
• installatieniveau, organiseer een VLAREM-LDAR-programma met Method-21-achtige metingen, emissiefactoren en rapportage,
• dossiervorming, leg in een dossier vast dat er FE-type testen worden voorgeschreven om “technisch dichte” apparaten te selecteren. Zo is aantoonbaar dat er zowel aan de letter (VLAREM) als aan de geest (BBT, emissiereductie) van de regelgeving wordt voldaan.

Hoe bepaal ik als eindgebruiker op welke lijnen ik als eerste FE-geteste kleppen inzet?

Richt je eerst op lijnen waar drie dingen samenkomen, hoge milieu-impact (toxisch, SVHC, hoge VOC- of methaanbelasting), hoge LDAR-last (veel leakers, veel reparaties) en hoge beschikbaarheids-eisen. Daar levert een FE-upgrade de meeste winst op in emissiereductie, veiligheid en lagere LDAR-inspanning per jaar.

Hoe wordt voorkomen dat een FE-beleid een lappendeken van normen en landen wordt?

Kies één “default route” als ruggengraat, – bijvoorbeeld ISO 12101 + ISO 15848-1 voor internationale projecten, of API 622/624/641 voor sterk API-gedreven projecten, en leg daarboven juridische “schillen” per regio (Bal, TA Luft, VLAREM, EPA/CAA). Zo houd je intern één technische taal, terwijl men naar buiten per land laat zien hoe daarmee aan de lokale regels wordt voldaan.

Is fugitive emission testen wettelijk verplicht in Nederland?

Er is geen aparte “fugitive emission wet”, maar onder de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet je VOS-emissies beperken met Best Beschikbare Technieken. Voor installaties met relevante VOS-lekverliezen wordt in vergunningen vrijwel standaard een LDAR-programma opgelegd, gebaseerd op het “Meetprotocol lekverliezen, vluchtige organische stoffen” en het Handboek diffuse emissies VOS.

Wat is in Nederland de praktische norm voor het opsporen van fugitive emissions?

Praktisch werken bedrijven met het “Meetprotocol lekverliezen, vluchtige organische stoffen”, waarin de snuffelmethode (EN 15446-achtig) en OGI worden beschreven als BBT voor lekdetectie en reparatie, inclusief drempelwaarden, inspectiefrequenties en rapportage voor vergunning en milieujaarverslag.

Is LDAR in Nederland verplicht voor elke installatie?

Niet voor elke installatie, maar in sectoren als raffinage, organisch-chemische industrie en tankopslag wordt LDAR in de Omgevingsvergunning vaak verplicht gesteld op basis van EU-BAT-conclusies voor diffuse VOC-emissies. Het Meetprotocol lekverliezen wordt dan expliciet als invulling genoemd.

Welke Duitse regelgeving is het belangrijkst voor fugitive emissions?

In Duitsland zijn het Bundes-Immissionsschutzgesetz (BImSchG) en vooral de Technische Anleitung zur Reinhaltung der Luft (TA Luft 2021) bepalend. TA Luft 2021 verwijst voor kleppen expliciet naar ISO 15848-1 als referentie voor fugitive emission testen en stelt lekgrenzen voor onder meer flensverbindingen.

Moeten kleppen in Duitsland verplicht volgens ISO 15848-1 worden getest?

TA Luft schrijft niet voor dat elke individuele klep getest moet zijn, maar ze legt wel vast dat voor afsluiters de “stand der techniek” volgens ISO 15848-1 wordt gevolgd. In de praktijk eisen veel Duitse en internationale chemiebedrijven daarom ISO-15848-1-geteste of TA-Luft-gecertificeerde kleppen in hun specificaties.

Welke regels gelden in de EU voor fugitive emissions in het algemeen?

De kern is de Europese Industrial Emissions Directive (IED 2010/75/EU). Die wordt uitgewerkt in BAT-conclusies en BREF-documenten, waarin expliciet technieken als LDAR, dichte apparatuur (low emission valves, dichte flenzen) en limieten voor diffuse VOC-emissies zijn vastgelegd. Lidstaten moeten dit via vergunningen en nationale regels (zoals Bal, TA Luft) implementeren.

Speelt de nieuwe EU-methaanverordening ook een rol bij fugitive emissions?

Ja, voor olie- en gassectoren. De EU-methaanverordening verplicht operators in de energie-keten om methaanlekken op te sporen, LDAR-programma’s op te zetten, venting en flaring te beperken en daarover te rapporteren. Fugitive emissions uit afsluiters, flenzen en andere componenten zijn daarin expliciet een aandachtspunt.

Welke wetgeving stuurt fugitive emission en LDAR in de Verenigde Staten?

In de VS is de Clean Air Act de basis, uitgewerkt in NSPS/NESHAP-regelingen per sector. Die verwijzen naar EPA Method 21 als standaard voor VOC-lekdetectie en verplichten voor vele categorieën installaties een formeel LDAR-programma met periodieke screening, reparatietermijnen en registratie.

Wat is de rol van EPA Method 21 in Amerikaanse fugitive emission regels?

Method 21 beschrijft hoe je VOC-lekken met een FID/PID moet meten, inclusief meetafstanden, responstijden en lekdrempels. Deze methode is in tientallen federale regels verankerd als verplicht meetprotocol voor LDAR-programma’s bij onder andere valves, flenzen, pompen en drukontlastkleppen.

Bestaan er ook specifieke regels voor fugitive emissions in Canada?

Ja, Canada heeft federale “Regulations Respecting Reduction in the Release of Methane and Certain VOCs (Upstream Oil and Gas Sector)”. Die leggen limieten en LDAR-verplichtingen op voor methaan en VOC’s uit upstream-installaties, inclusief inspectiefrequenties en reparatietermijnen voor lekken. Provincies kunnen aanvullende eisen opleggen.

Hoe verhouden “FE-normen” als ISO 15848-1 en API 624/641 zich tot al deze wetten?

De wetten en richtlijnen (Bal, TA Luft, IED, Clean Air Act, Canadese methane-regels) schrijven meestal geen specifieke klepnorm voor, maar eisen “best beschikbare technieken” en lage fugitive/diffuse emissies.

ISO 15848-1, API 622/624/641 en TA-Luft-gebaseerde testen zijn dan het technische bewijs dat een ventiel voldoet aan emissie-eisen.

Is er één wereldwijde, uniforme wet voor fugitive emissions?

Nee. Elk land of regio heeft eigen lucht- en klimaatwetgeving, maar de trend is hetzelfde, strengere eisen voor VOC- en methaanemissies, verplichte LDAR-programma’s en nadruk op BBT.

In de praktijk groeien de technische standaarden naar elkaar toe rondom ISO 15848-1, TA Luft, EPA Method 21 en EN 15446 als herkenbare referenties.

Wat is het verschil tussen een type test en een productie test bij afsluiters en fugitive emission testen?

Een type test is een beoordeling over het ontwerp van een representatieve klep uit een design family. Die klep wordt zwaar belast, bijvoorbeeld met veel mechanische cycli en temperatuurwisselingen, om de prestaties van het ontwerp te classificeren.

Een productie test is een (steekproefsgewijze) controle op seriestukken uit de fabriek onder beperkte, praktijkdichte condities. De type test kwalificeert het ontwerp, de productie test controleert of de geleverde kleppen dat niveau in de praktijk blijven halen.

Waar staat LDAR voor en wat betekent het?

LDAR staat voor Leak Detection And Repair. Het is een gestructureerd programma om lekkages van vluchtige stoffen (bijv. VOC’s, methaan) bij componenten zoals afsluiters, flenzen en pompen systematisch op te sporen, te registreren en te repareren. Het doel is om emissies aantoonbaar te beperken, vergunningseisen na te leven en onnodig productverlies te voorkomen.

Waarom wordt er in ISO 15848 ook met methaan getest en niet alleen met veilig, inert helium?

Omdat methaan beter aansluit bij de praktijk en bij milieueisen. Helium is ideaal om heel kleine lekdebieten met een vacuüm lekdetector te meten, maar het lijkt niet op de echte procesgassen. Methaan is representatief voor koolwaterstoffen en sluit aan bij hoe in het veld wordt gemeten, bijvoorbeeld met FID-apparatuur in LDAR-programma’s die vaak in ppmv methaan of “total hydrocarbons” werken.

Door ook methaan als tracer toe te staan, kunnen testresultaten rechtstreeks worden gekoppeld aan grenswaarden en meetmethoden uit vergunningen, TA Luft en LDAR. Tegelijk blijft helium beschikbaar voor zeer gevoelige, kwantitatieve lekdebietmetingen met een massaspectrometer. De norm laat beide opties toe: helium voor de hoogste meetgevoeligheid, of methaan wanneer aansluiting op de praktijk en op regelgeving belangrijker is.

Kan ik gemeten lekkages met helium vergelijken met die met methaan?

Formeel: nee, niet één-op-één. ISO 15848-1 en ISO 12101 zeggen expliciet dat er géén bedoelde correlatie is tussen:
•             de totale heliumik-lekdebieten (Pa·m³/s of mbar·l/s, gemeten met vacuüm/bagging), en
•             de lokale methaanconcentraties in ppmv (snuffelmethode), en ook niet tussen de heliumklassen (AH/BH/CH) en de methaanklassen (AM/BM/CM).

In de praktijk kun je alleen onder strikt identieke meetcondities een fysische vergelijking maken, – zelfde methode, druk, geometrie en beide als lekdebiet in bijvoorbeeld Pa·m³/s. Zelfs dan blijft het een benadering, omdat helium en methaan zich anders gedragen. Voor norm- of contractbeoordeling mag je dus niet met een simpele omrekenfactor werken, maar moet je testen in het medium en met de meetmethode die de norm voorschrijft.

Waarom wordt de lekwaarde AH volgens ISO 15848-1 met vacuüm gemeten?

ISO 15848-1 wil een echte lekstroom vastleggen, niet alleen een gasconcentratie in de lucht. Bij de vacuümmethode staat de binnenkant van de afsluiter onder een bekende overdruk met helium, terwijl de buitenkant is aangesloten op een helium-lekdetector in vacuüm-mode. Die pompt alle vrijkomende helium af en zet het signaal direct om in een lekdebiet (bijvoorbeeld Pa·m³/s of mbar·l/s), en wordt daarbij vergeleken met een kalibratielek.

Bij een snuffeltest meet je vooral concentratie rond het lek, sterk beïnvloed door afstand, tocht en turbulentie. De vacuümmethode is veel gevoeliger, beter te kalibreren en minder afhankelijk van de operator. Daardoor zijn lekwaarden tussen verschillende laboratoria reproduceerbaar en goed vergelijkbaar, precies wat de norm beoogt.

Een lekwaarde in klasse AH is daarbij zó klein, dat deze praktisch alleen met de vacuüm-methode betrouwbaar gemeten kan worden.

Waar is de norm ISO 12101 voor bedoeld?

ISO 12101 is bedoeld voor het type testen van stem seals, in een testopstelling die representatief zijn voor valves. De norm geeft een classificatiesysteem en testprocedures om de prestaties van verschillende stem seal ontwerpen voor vluchtige emissies te vergelijken.

Voor wie is de norm ISO 12101 vooral relevant?

De norm is vooral relevant voor packing en seal fabrikanten, maar ook voor eindgebruikers en afsluiterfabrikanten. Zij kunnen vooraf zien welke stem seals een bepaalde fugitive emission prestatieklasse halen, voordat complete kleppen worden getest volgens bijvoorbeeld ISO 15848-1.

Voor welke soorten afsluiterbewegingen is de norm ISO 12101 bedoeld?

De norm onderscheidt onder andere quarter-turn, non-rotating rising stem en rotating rising stem, zodat dezelfde stem seal onder verschillende bewegingsprofielen kan worden beoordeeld.

De norm ISO 12101 is voor welke afdichtingstypen toepasbaar?

De norm dekt compressibele seals met en zonder live loading, elastomeren en drukgeactiveerde seals. Daarmee gaat ISO 12101 nadrukkelijk verder dan alleen gevlochten (braided)grafietpacking.

De norm ISO 12101 is voor het kwalificeren van wat precies: de seal of de klep?

ISO 12101 kwalificeert alleen de stem seal in een testfixture, niet de complete klep. Eerst kwalificeert u dus het seal ontwerp, daarna kunnen afsluiters met die seal volgens andere normen, bijvoorbeeld ISO 15848-1, worden getest.

De norm ISO 12101 is voor welke testmedia en tightness klassen bedoeld?

De norm beschrijft tightness klassen voor testen met helium en methaan als tracer gas. Zo kan een seal fabrikant aantonen welke lekkageklasse hoort bij een bepaald medium en een bepaalde meetmethode.

Voor welke soort endurance test of klasse is de norm ISO 12101 van belang?

ISO 12101 introduceert endurance klassen gebaseerd op het aantal mechanische cycli en de stemverplaatsing. Daardoor kunt u stem seals kwalificeren voor bijvoorbeeld isolatieafsluiters met weinig cycli of regelkleppen met zeer veel cycli.

De norm ISO 12101 is voor welke situatie een aanvulling op ISO 15848-1?

ISO 12101 is een aanvulling wanneer u verschillende stem seal ontwerpen wilt vergelijken zonder voor elk ontwerp een volledige kleptest te doen. De resultaten helpen bij de keuze van seals in afsluiters die later volgens ISO 15848-1 of API-normen worden getest.

De norm ISO 12101 is voor welke omvang van stemdiameters toepasbaar?

De norm laat toe dat de kwalificatie wordt uitgebreid naar stamdiameters van ongeveer de helft tot het dubbele van de geteste diameter. Voorwaarde is dat ontwerp, materialen en toleranties gelijk blijven.

Is de norm ISO 12101 nuttige voor aanbestedingen?

Voor eindgebruikers en ingenieursbureaus is ISO 12101 nuttig om in bestekken te eisen dat stem seals een bepaalde ISO-12101 prestatieklasse hebben. Daarmee worden prestatie-eisen eenduidig en zijn offertes onderling beter vergelijkbaar.

Voor welke producten is de norm ISO 15848-1 bedoeld?

ISO 15848-1 is bedoeld voor type testen van complete industriële afsluiters. De norm classificeert de externe lekkage van stemafdichtingen en body gaskets bij toepassing met vluchtige emissies en gevaarlijke media.

Voor welke emissieparameters is ISO 15848-1 relevant?

ISO 15848-1 richt zich op externe lekkage via stemafdichtingen en body joints. De norm drukt lekkage uit als lekdebiet of gasconcentratie van een tracergas (meestal helium of methaan) en koppelt dit aan tightness-klassen en endurance-klassen.

De norm ISO 15848-1 is voor welke soorten afsluiters bedoeld?

De norm is van toepassing op isolatie en regelafsluiters, zowel meerturn, lineair als kwartslag. Voorwaarde is dat ze zijn ontworpen voor gebruik met vluchtige organische stoffen of gevaarlijke gassen en vloeistoffen.

Voor welke lekmeetmethoden is de ISO 15848-1 opgezet?

ISO 15848-1 laat verschillende meetmethoden toe, bijvoorbeeld snuffeltests en kamersystemen, zolang de apparatuur voldoende gevoelig is en correct wordt gekalibreerd. De norm specificeert minimale detectielimieten en meetafstanden.

Waar is de norm ISO 15848-2 voor bedoeld?

ISO 15848-2 is voor productie-acceptatietesten van afsluiters waarvan het ontwerp al volgens ISO 15848-1 een type keur heeft. Het gaat om steekproefsgewijze controle van productie-afsluiters op externe lekdichtheid van stam en body zodat een fabrikant kan aantonen dat seriestukken de vereiste FE-prestatie halen.

Voor welke producten is API 622 voor bedoeld?

API 622 is voor het type-testen van proces-packing (compressible packing) voor afsluiterspindels (stems), gericht op vluchtige emissies. De norm vergelijkt verschillende packing-systemen in een gestandaardiseerde fixture, onder methaan, druk, temperatuur- en mechanische cycli, plus aanvullende corrosie- en materiaaltesten.

Voor welke producten is API 624 voor bedoeld?

API 624 is voor type-testen van stijgende-spindel-afsluiters (rising stem valves) met flexibele grafiet-packing op hun gedrag van fugitive-emissions, onder vastgelegde druk, temperatuur en aantal cycli. De test is vooral bedoeld voor afsluiters in procesinstallaties met VOC’s en andere gevaarlijke media.

Voor welke producten is API 641 voor bedoeld?

API 641 is voor type-testen van quarter-turn afsluiters (zoals kogelkraan en vlinderklep) op fugitive-emission. Net als API 624 gebruikt de norm een gestandaardiseerd profiel met methaan als testgas, maar specifiek gericht op 90° draaiende afsluiters.

Wat is TA-Luft?

TA-Luft is een Duitse emissie-regelgeving die grenswaarden vastlegt voor emissies naar de lucht, waaronder strikte limieten voor fugitive emissions van afsluiters, pompen en flenzen. Het is geen testnorm maar een wettelijke eis; diverse FE-testnormen worden gebruikt om aan TA-Luft te tonen dat apparatuur voldoende lekdicht is.

Mag ik volgens ISO 12101 ook een echte (test)afsluiter als test fixture gebruiken?

Ja. ISO 12101 schrijft voor dat stem seals in een test fixture worden beproefd, maar die fixture mag door de seal- of afsluiter fabrikant zelf ontworpen worden, zolang hij representatief is voor een industriële afsluiter en alle voorgeschreven druk- en temperatuurcondities aankan. Dat kan dus een speciaal ontworpen fixture zijn, maar ook een (gestandaardiseerde) testafsluiter die als fixture wordt ingezet.

Belangrijk is dat alle relevante geometrie en ontwerpdetails van de gebruikte fixture of test valve in het testrapport worden vastgelegd. Zo kunnen afsluiter fabrikanten de omstandigheden en prestaties later reproduceren en de geteste stem seal op dezelfde manier in hun eigen afsluiters toepassen.

De norm ISO 12101 is voor het ondersteunen van welke andere norm?

ISO 12101 is ontworpen als aanvulling op ISO 15848-1: fabrikanten kunnen met ISO-12101-rapporten aantonen dat hun stem seal onder representatieve omstandigheden goed presteert, en deze afdichtingen vervolgens inzetten in afsluiters die volgens ISO 15848-1 worden gekwalificeerd.

Voor wie is de norm ISO 12101 vooral interessant: stem seal fabrikanten of afsluiter fabrikanten?

Voor beide. Fabrikanten van stem seals kunnen hun afdichtsystemen laten type-testen en classificeren; afsluiter fabrikanten kiezen daaruit combinaties waarvan de prestatie aantoonbaar is. Eindgebruikers profiteren omdat zij specificaties en rapporten kunnen vragen met een herkenbare ISO-12101 classificatie.

De norm ISO 12101 is voor emissie-reductie bedacht, waarom was een aparte norm voor stem seals nodig?

In de praktijk ontbraken vaak cruciale gegevens over stamafdichtingen, zoals minimale oppervlaktedruk, montage-instructies en grenswaarden. Bestaande normen richtten zich óf op hele afsluiters (ISO 15848-1, API 624/641) óf op packing in een standaard fixture (API 622).

ISO 12101 focust speciaal op de stem seal zelf, met realistischere geometrie en volledige documentatie.

De norm ISO 15848-1 is voor welke soorten testen opgezet?

ISO 15848-1 is opgezet voor type-testen met druk, temperatuurcycli en mechanische cycli, waarbij externe lekkage via stem en body wordt gemeten met helium of methaan. De norm kent lekdichtheidsklassen (A, B, C) en verschillende duurklassen voor het aantal bediencycli.

De norm ISO 15848-1 is voor welke afsluitertypen bedoeld?

ISO 15848-1 is bedoeld voor industriële isolatie- en regelafsluiters, zowel lineair als quarter-turn, die worden ingezet met vluchtige luchtverontreinigende stoffen of gevaarlijke media.

De norm ISO 15848-1 is voor welke temperatuurbereiken toepasbaar?

ISO 15848-1 beschrijft testen van cryogeen (rond −196 °C) tot hoge temperaturen (typisch tot +400 °C), met bijbehorende temperatuurs- en cycli-profielen. Daardoor kunnen afsluiters worden gekwalificeerd voor uiteenlopende procescondities.

De norm ISO 15848-1 is voor helium én methaan geschikt, waarom twee testgassen?

Helium is zeer geschikt als tracer voor zeer lage lekwaarden, terwijl methaan beter aansluit bij praktijk-LDAR-programma’s en VOC-emissies. ISO 15848-1 biedt geen normatieve één-op-één-correlatie tussen helium en methaan, maar definieert aparte tightness classes voor beide.

De norm ISO 15848-2 is voor serietesten, wat betekent dat voor een eindgebruiker?

ISO 15848-2 verlangt dat uit elke productieserie een steekproef kleppen op fugitive emissions wordt getest. Voor eindgebruikers betekent dit dat zij niet alleen een typecertificaat hebben, maar óók een borging dat seriekleppen de afgesproken emissieklasse halen.

De norm ISO 15848-2 is voor welke onderdelen van de afsluiter relevant?

Net als ISO 15848-1 richt ISO 15848-2 zich op externe lekkage via stem (spindel)afdichting en body-afdichtingen. Eindaansluitingen, vacuümtoepassingen en corrosie- of stralingsinvloeden vallen buiten de scope.

De norm ISO 15848-2 is voor productie testen, hoe wordt de steekproef gekozen?

De norm schrijft voor dat minimaal één afsluiter per lot, type, drukklasse en nominale maat willekeurig gekozen moet worden. De exacte selectie van een valve wordt in overleg tussen fabrikant en de eindgebruiker vastgesteld.

De norm API 622 is voor welke temperatuur en drukcondities opgezet?

API 622 test packing met methaan als testgas tot circa 41,4 barg (600 psig) en cycli tussen omgevingstemperatuur en ongeveer 260 °C, gecombineerd met 1.510 mechanische cycli. Zo ontstaat een representatief beeld van packing-gedrag in typische procesafsluiters.

De norm API 622 is voor comparatieve beoordeling, wat houdt dat in?

API 622 gebruikt een gestandaardiseerde testopstelling voor alle packing-typen, waardoor de resultaten van verschillende leveranciers direct vergelijkbaar zijn. De norm is dus vooral een vergelijkingsbasis, niet een af-fabriek-certificaat voor complete afsluiters.

De norm API 622 is voor welke stembewegingen bedoeld?

API 622 dekt on/off-afsluiters met stijgende en roterende spindel (rising en rotating stem). De fixture simuleert de relevante bewegingen en belasting van de stem seal.

De norm API 622 is voor meer dan alleen lekkage, welke extra testen zitten erin?

Naast de FE-test omvat API 622 ook corrosietesten (koud en warm) op stam- en stem seal combinaties, en materiaaltesten zoals gewichtsverlies, dichtheid, smeermiddelgehalte en uitloging van componenten.

De norm API 624 is voor kortdurende of langdurige emissiebelasting?

API 624 beschrijft een vast aantal bedieningscycli onder constante druk en temperatuur, wat een langduriger belasting simuleert dan een simpele eindtest. De focus ligt op stabiele emissieprestaties over de hele testduur.

De norm API 624 is voor welke typen afsluiters verplicht in sommige specs?

Veel raffinaderij- en petrochemiespecificaties eisen API-624-type-testen voor stalen gate- en globekleppen met flexibele grafiet-packing in vluchtige emissiediensten. Dat geldt vooral voor kritische media zoals benzeen of andere VOC’s.

De norm API 641 is voor welke installaties vooral relevant?

API 641 is vooral relevant voor procesinstallaties waarin veel quarter-turn afsluiters worden toegepast, zoals kogel- en vlinderkleppen in pijpleidingen, tankfarms en gas- en olie-installaties waar VOC-emissiereductie prioriteit heeft.

De norm API 641 is voor methaan of helium geschreven?

API 641 gebruikt net als API 624 methaan als testgas, omdat de norm sterk is afgestemd op VOC-emissies uit koolwaterstofprocessen en LDAR-programma’s die ook met methaan-metingen werken.

De norm TA-Luft is voor Duitsland ontwikkeld, is het een testnorm of een wettelijke eis?

TA-Luft is een wettelijke emissie-verordening, geen testnorm. De technische regels verwijzen echter wel naar testnormen en limieten voor afsluiters en andere componenten. Fabrikanten gebruiken onder andere ISO 15848-1, API 624/641 en ISO 12101 om aan te tonen dat ze aan TA-Luft-eisen voldoen.

De norm TA-Luft is voor lagere lekgrenzen bekend, wat betekent dat in de praktijk?

TA-Luft hanteert lage toelaatbare concentraties (ppmv-range) voor VOC-lekken aan afsluiters, pompen en flenzen. In de praktijk betekent dit dat alleen hoogwaardige stem- en bodyafdichtingen, vaak met aanvullende FE-testen, aan deze limieten kunnen voldoen.

De norm ISO 12101 is voor live-loaded seals ook inzetbaar, waarom is dat belangrijk?

Live-loaded seals (met veren) compenseren relaxatie, kruip en thermische cycli. ISO 12101 beschrijft deze categorie expliciet, zodat hun werkelijke voordeel in termen van stabiele lekdichtheid onder FE-condities aantoonbaar wordt.

De norm ISO 15848-1 is voor body-afdichtingen net zo relevant als voor stem seals, klopt dat?

Ja. ISO 15848-1 definieert externe lekmetingen zowel rond stem/shaft als bodyjoints. In FE-kritische installaties kunnen beide bijdragen aan totale emissies, daarom worden ze samen getest en beoordeeld.

De norm ISO 15848-1 is voor type-testen bedoeld, vervangt dit ISO 5208-druktesten?

Nee. ISO 15848-1 richt zich op lekdichtheid naar de omgeving (fugitive emissions), terwijl ISO 5208 hydrostatische en seat-lekdruktesten behandelt.

In een compleet kwalificatieprogramma worden beide normen naast elkaar toegepast.

De norm ISO 15848-2 is voor welke typen bedrijven bijzonder relevant?

Voor afsluiterfabrikanten die naast typecertificaten ook seriekwaliteit willen aantonen, voor eindgebruikers met strikte FE-eisen in aanbestedingen, en voor onafhankelijke testlaboratoria die productie-acceptatietests uitvoeren.

De norm API 622 is voor welke materiaalsoorten packing het meest gebruikt?

API 622 wordt vooral toegepast op flexibele grafiet-packing en PTFE-/grafiet-composities, omdat dit de dominante materialen zijn voor hoogwaardige FE-toepassingen in procesafsluiters.

De norm API 622 is voor packing wat ISO 12101 is voor stem seals, klopt dat beeld?

Gedeeltelijk. Beide focussen op de afdichting, niet op de complete afsluiter. API 622 werkt met een volledig gestandaardiseerde fixture en testprogramma, terwijl ISO 12101 ruimte laat voor een op maat gemaakte fixture die dichter bij de daadwerkelijke afsluitergeometrie ligt.

De norm API 624 is voor rising-stemafsluiters, maar hoe verhoudt die zich tot ISO 15848-1?

API 624 is specifieker (alleen stijgende stalen afsluiters, vaste condities) en wordt vaak als minimum FE-eis in raffinaderijspecificaties gebruikt. ISO 15848-1 is breder in afsluitertypen en temperatuurgebieden en biedt een uitgebreider classificatiesysteem. Voor high-end toepassingen worden beide vaak gecombineerd.

De norm API 641 is voor quarter-turn afsluiters vergelijkbaar met API 624, waarom toch twee normen?

Omdat het afdichtgedrag van een 90°-draaiende kogelkraan wezenlijk anders is dan dat van een stijgende globeklep. API 641 legt een specifiek testprofiel vast voor quarter-turn geometrie, terwijl API 624 uitgaat van rising-stembewegingen.

De norm TA-Luft is voor Duitsland, maar hebben andere landen soortgelijke regels?

Ja. In de EU worden via BREF-documenten en nationale vergunningen eisen gesteld aan VOC-emissies. In België speelt bijvoorbeeld VLAREM een rol, in Nederland het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving), Omgevingswet en vergunningen. TA-Luft is wel één van de strengste en meest expliciete referenties voor FE-lekgrenzen.

De norm ISO 12101 is voor overhaul- of revisiebedrijven ook nuttig, waarom?

Overhaul-bedrijven kunnen stem seals inkopen die volgens ISO 12101 zijn getest en deze tijdens revisie toepassen op bestaande afsluiters, met inachtneming van de in het testrapport vastgelegde compressie, oppervlakteruwheid en montage-parameters. Zo wordt een oude klep geüpgraded naar moderne FE-prestatie zonder vervanging van het huis.

De norm ISO 12101 is voor het vastleggen van montage-instructies belangrijk, waarom?

Omdat fouten in montage (verkeerd aandraaimoment, verkeerde volgorde van ringen, slechte oppervlakteruwheid) vaak meer effect hebben dan het materiaal zelf. ISO 12101 vereist dat deze parameters in het rapport worden vastgelegd, zodat de geteste prestatie gereproduceerd kan worden.

De norm ISO 15848-1 is voor hoge emissie-klassen zoals AH erg streng, wat betekent dat?

Klasse AH (strakste heliumklasse op hoge temperatuur) is in de praktijk meestal alleen haalbaar met balgafsluiters of gelijkwaardige schachtafdichtingen. Voor veel conventionele packing-ontwerpen is dit een ambitieuze grens, wat tevens laat zien hoe uitdagend echte zero-emission-doelen zijn.

Men vraagt om “zero emissie”, wat betekent dat?

Strikt genomen bestaat “zero emissie” niet, er zal namelijk altijd een heel klein beetje lekkage of diffusie gas zijn. Wat we wél kunnen, is emissies zó klein zijn dat ze onder de detectiegrens of onder strenge normgrenzen blijven.

In certificaten en rapporten spreken we daarom over gemeten lekwaarden en emissieklassen, niet over écht “nul lekkage”.

De norm API 622 is voor het opsporen van corrosieproblemen in packing, hoe werkt dat?

API 622 bevat speciale “ambient” en “high-temperature” corrosietesten waarin packing langdurig in contact staat met metaalcoupon(s) in waterige omgeving. Na afloop wordt pitting en hechting van corrosieproducten beoordeeld.

De norm API 622 is voor service-temperaturen tot circa 538 °C, waarom is dat relevant voor FE?

Omdat bij hogere temperaturen oxidatie, kruip en relaxatie van grafiet- en PTFE-packing sterk toenemen. Door tot 538 °C te testen wordt zichtbaar welke packing-systemen hun lekdichtheid behouden in high-temperature service.

De norm ISO 15848-2 is voor productie-acceptatie onder welke voorwaarden verplicht?

Juridisch is ISO 15848-2 niet automatisch verplicht, maar vergunningverlener of eindgebruiker kan in specificaties eisen dat afsluiters niet alleen een typecertificaat hebben, maar ook periodiek volgens ISO 15848-2 worden getest als onderdeel van kwaliteitsborging.

De norm ISO 12101 is voor stem seals opgezet zonder corrosietesten, is dat een beperking?

ISO 12101 focust bewust op lekdichtheid en mechanische/thermische prestaties. Corrosie valt buiten de scope en kan aanvullend met andere normen (of klantspecifieke testen) worden beoordeeld. Zo blijft de norm overzichtelijk en gericht op FE-gedrag.

De norm ISO 12101 is voor wereldwijd gebruik bedoeld, welke organisaties werkten mee?

De norm is ontwikkeld in ISO/TC 153 (Valves), met actieve inbreng van ESA (European Sealing Associaction), FSA (Fluid Sealing Association-USA) en diverse industrie- en eindgebruikersvertegenwoordigers. Daardoor sluit de inhoud aan bij zowel Europese als internationale praktijk.

De norm ISO 15848-1 is voor testveiligheid afhankelijk van welke randvoorwaarden?

De norm schrijft voor dat testen met brandbare of inertgassen onder druk en bij temperatuur alleen mogen worden uitgevoerd met passende veiligheidsmaatregelen, ervaren testpersoneel en geschikte apparatuur.

De norm API 622 is voor wie verplicht, en voor wie “best practice”?

Voor sommige grote olie- en gasbedrijven is API 622 een harde eis in inkoop- en materialspecs. Voor andere gebruikers is het een best-practice referentie om packing te selecteren. In beide gevallen geeft een API-622-rapport vertrouwen in de FE-performance van de packing.

De norm API 624 en API 641 zijn voor verschillende afsluiters, moet ik altijd beide eisen?

Nee. In een installatie met hoofdzakelijk rising-stemafsluiters ligt API 624 voor de hand; bij een dominante populatie kogelkraan/vlinderklep is API 641 logischer. In gemengde systemen kiezen veel eindgebruikers voor een combinatie van ISO 15848-1 (generiek) plus API 624/641 voor bepaalde kritische lijnen.

De norm ISO 12101 is voor wie nuttig die nu alleen “TA-Luft-geschikte” kleppen eist?

Wie nu alleen “TA-Luft-geschikte” afsluiters eist, kan met ISO 12101 een extra laag specificiteit toevoegen: naast een TA-Luft-verwijzing wordt dan bijvoorbeeld een ISO-12101-klasse en een API-622- of ISO-15848-1-rapport gevraagd. Zo wordt helder welke stem-seal echt getest is en onder welke condities.

De norm ISO 15848-1 is voor ontwerpkeuzes een handig stuurinstrument, hoe?

Door de lekdichtheids- en duurklassen dwingt de norm ontwerpers om keuzes te maken in type stemsysteem (packing, balg, cartridge-seal), materiaalcombinaties en toleranties. Een hogere klasse vertaalt zich direct naar strengere ontwerp- en kosteneisen.

De norm API 622 is voor welke rol in een specificatie geschikt naast ISO 12101?

Een typische combinatie is ISO 12101 voor het kwalificeren van een specifiek stem-sealontwerp in een representatieve fixture, plus API 622 als “baseline” eis voor de gebruikte grafiet-packing. Zo toon je zowel materiaalkwaliteit als systeemgedrag aan.

De norm ISO 12101 is voor de lange termijn bedoeld en hoe draagt dit bij aan FE-reductie?

Door wereldwijd één kader te bieden voor het testen en rapporteren van stem-sealprestatie, wordt het voor alle partijen makkelijker om slechte oplossingen uit te faseren en bewezen, hoogwaardige afdichtingen te standaardiseren. Dat leidt structureel tot minder lekkages, langere standtijden en lagere fugitive emissions.

Ik heb een API 622 testfixture. Mag ik die ook gebruiken voor een ISO 12101 test?

In principe mag dat, maar er zijn duidelijke beperkingen. Een API 622 testfixture is exact vastgelegd in de norm API 622 en is bedoeld voor hogere temperaturen en een lineaire stambeweging (rising stem). De fixture is ontworpen om vergelijkende testresultaten van stem seals vast te stellen.

Voor ISO 12101 moet de fixture representatief zijn voor de beoogde toepassing. Als u andere stemdiameters, andere temperatuurgebieden, ruwheden of een andere stem (spindel)beweging wilt testen, zoals quarter-turn, kan een API 622 fixture daarvoor ongeschikt zijn. Controleer dus altijd of de test fixture alle voorgeschreven ISO 12101-condities (maten, beweging en temperaturen) kan afdekken, anders is een aangepaste of andere fixture nodig.

Wat is een Fugitive Emission Test precies?

Een Fugitive Emission Test is een lektest die specifiek kijkt naar emissies naar de atmosfeer, dus naar de kleine lekken langs stem- of spindelafdichting, pakkingen en body-joints, niet naar de interne seat-dichtheid.

De afsluiter of stem seal wordt daarbij belast met druk, temperatuur en mechanische cycli volgens een norm zoals ISO 15848-1, ISO 12101 of API 622/624/641, terwijl de externe lekkage continu wordt gemeten met een geschikte lekdetectiemethode.

Voor wie is Fugitive Emission testen vooral bedoeld?

FE-testen zijn relevant voor drie groepen, – eindgebruikers/asset owners die emissies, veiligheid en vergunningrisico’s willen beperken, afsluiterfabrikanten die aantoonbaar low-emission kleppen willen leveren, en packing/seal-leveranciers die de prestaties van hun afdichtingen onder FE-condities willen onderbouwen.

Gezamenlijk gebruiken zij de testresultaten om ontwerpen te verbeteren, producten te certificeren en LDAR-strategieën te verfijnen.

Wat levert een Fugitive Emission Test bij ITIS concreet op?

Een FE-test bij ITIS levert meer op dan alleen een lekwaarde, men krijgt een volledig testrapport met alle relevante condities (norm, medium, druk, temperatuur, cycli), een duidelijke beoordeling ten opzichte van de gevraagde klasse of grenswaarde, en waar van toepassing een ISO 17025-testrapport. Via het ITIS Cloud Portal kun je testrapporten en certificaten terugvinden.

Hoe ziet het rapport en certificaat van een Fugitive Emission Test eruit?

Het FE-testrapport van ITIS bevat onder meer, identificatie van het testobject (type, maat, drukklasse, serienummer), de toegepaste norm(en) en testklassen, beschrijving van packing/seal en relevante materialen, testopstelling en meetmethode, een overzicht van cycli, druk en temperatuur en de gemeten lekwaarden per stap.

In het rapport wordt aangegeven of de gemeten waarden lager of hoger zijn dan de gespecificeerde maximum allowable leak rate volgens norm en/of opdracht. ITIS keurt daarbij zelf niets goed of af, wij rapporteren uitsluitend de meetresultaten. Of de testresultaten acceptabel zijn, is aan onze klant of eindgebruiker.

Welke testmethoden en meetopstellingen gebruikt ITIS voor Fugitive Emission testen?

ITIS gebruikt afhankelijk van norm en doelstelling verschillende testmethoden, snuffelmetingen (helium, methaan, waterstof) voor stem seals en body-joints, vacuüm massaspectrometrie met helium voor zeer gevoelige lekdebietmeting, en soms kamersystemen of bagging.

De afsluiters of stem seals worden in representatieve testopstellingen gemonteerd, met geautomatiseerde bediening voor cycli en continue logging van druk, temperatuur en lekwaarde, zodat het volledige emissiegedrag over de test zichtbaar wordt.

Waarom zou ik mijn Fugitive Emission testen bij ITIS laten uitvoeren?

Met ITIS kies je voor een onafhankelijk, gespecialiseerd testlaboratorium, waar mogelijk uitgevoerd onder ISO 17025 accreditatie, met ervaring in zowel type-testen als klant specifieke testen. Je profiteert van veilige test opstellingen, heldere rapportage in lijn met de normtekst en de mogelijkheid om testen online mee te kijken of terug te kijken.

Door onze ervaring met eindgebruikers, afsluiter-, stem seal en pakkingfabrikanten kunnen we bovendien meedenken over een praktisch uitgevoerde testprogramma’s welke ook aansluiten op praktijksituaties.

Wat is een Shell SPE 77/312 testen en wanneer is die relevant voor Fugitive Emission / lektesten?

Shell MESC SPE 77/312 is een specificatie voor het testen en kwalificeren van afsluiters, waarin onder andere druktesten, functionele testen en afhankelijk van versie en project, aanvullende lek- of FE-eisen kunnen zijn opgenomen.

Voor projecten waarin SPE 77/312 is voorgeschreven, kan ITIS de relevante druk- en lektesten uitvoeren en, indien afgesproken, combineren met Fugitive Emission testen volgens ISO 15848-1 of API-normen. Zo ontstaat één geïntegreerd testprogramma dat zowel aan Shell-specs als aan FE-normen voldoet.

Kunnen Fugitive Emission testen ook volgens project- of klantspecifieke protocollen worden uitgevoerd?

Ja. Naast testen volgens ISO 15848-1/-2, ISO 12101 en API 622/624/641 kan ITIS ook project- of klant specifieke protocollen uitvoeren. Denk aan aangepaste druk- en temperatuurprofielen, extra cycli, een combinatie van seat- en FE-testen of specifieke rapportageformats voor EPC’s en eindgebruikers.

Belangrijk is dat het testprogramma vooraf duidelijk wordt vastgelegd, welke norm of specificatie als basis dient, welke extra stappen worden toegevoegd en welke acceptatiecriteria gelden. Zo zijn de resultaten later representatief richting opdrachtgever, eindgebruiker of vergunningverlener.

Hoe worden Fugitive Emission testen bij ITIS gecombineerd met andere testen (bijvoorbeeld druk-, seat- of functionele testen)?

Bij veel projecten is het efficiënt om FE-testen te combineren met andere testen, bijvoorbeeld: eerst seat- en druktesten volgens ISO 5208 of projectspecificatie, daarna een Fugitive Emission type-test volgens ISO 15848-1 of een API-norm.

ITIS kan de testvolgorde zo plannen dat testen en afkoel- of opwarmtrajecten optimaal worden benut, terwijl de eisen en resultaten van de verschillende normen in de rapportage duidelijk gescheiden en goed traceerbaar blijven.

Voor ITIS is het normaal dat we gewoonweg de beste service bieden aan onze klanten. We begrijpen de belangen en wensen van onze klanten en zijn altijd gefocust op service en oplossingen van de hoogste kwaliteit.

Logo
Logo
Logo
Logo
Logo
Logo
Logo
Logo
Logo
Sebastian Rüter

Mooi en schoon bedrijf!
Personeel is vriendelijk en bereidwillig om je te helpen! Niets is teveel gevraagd!

Klasse

Hans van Wijgerden

Cool leuk gaaf

nigel willemse
Wij worden gemiddeld beoordeeld met: Naar alle reviews
8,9